Kinderen hebben meer vitamine D nodig om diabetes type 1 te voorkomen

PlaceboNocebo 41

Er is een duidelijk verband tussen een gebrek aan vitamine D en diabetes, ook diabetes type 1.

De insuline aanmakende bètacellen in de pancreas zijn voor hun werking afhankelijk van vitamine D en de genen die erdoor geactiveerd worden. Vitamine D stimuleert de aanmaak van insuline wanneer er meer insuline nodig is. Genetische variaties van genen die betrokken zijn bij de opname, het transport en de activiteit van vitamine D kunnen iemand vatbaarder maken voor glucose-intolerantie, insulineresistentie en diabetes, zowel type 1 als type 2. Suppletie met vitamine D kan diabetes type 1 en type 2 voorkomen of onder controle houden (Berridge MJ, 2017; Grammatiki M, 2018).

Er zijn verschillende studies gedaan om te testen of vitamine D diabetes type 1 kan voorkomen, maar vaak worden te lage doses gebruikt (400 IE per dag) en die hebben weinig effect (Harris SS, 2005).

In Finland – waar weinig zonlicht is – werd in 1964 4.000 tot 5.000 IE vitamine D (suppletie en/of voeding) per dag aangeraden. In 1992 was dat nog 400 IE per dag. Het aantal gevallen van diabetes type 1 steeg in die periode met 350% bij kinderen van 1 tot 4 jaar, 100% bij kinderen van 5 tot 9 jaar en 50% bij kinderen van 10 tot 14 jaar (Karvonen M, 1999).

In 2006 is deze stijging gestopt en is het aantal gevallen van diabetes type 1 niet meer gestegen. Deze stagnatie kwam nadat de Finse overheid besloot om alle melkproducten te verrijken met vitamine D (Mäkinen M, 2014).

Onderzoekers hebben onlangs ontdekt dat er bij het inschatten van de dagelijkse behoefte aan vitamine D (de ADH) door het Institute of Medicine (VS) een statistische fout gemaakt is. Een nieuwe analyse van dezelfde gegevens komt tot de conclusie dat gemiddeld 8.895 IE vitamine D per dag nodig is om bij 97,5% van de mensen bloedwaarden van ≥50 nmol/l (≥20 ng/ml) te bereiken (Veugelers PJ, 2014).

Een andere studie stelde vast dat gemiddeld 6.201 IE per dag nodig was om bloedwaarden van 75 nmol/l (30 ng/ml) te bereiken en 9.122 IE per dag om 100 nmol/l (40 ng/ml) te bereiken (Papadimitriou DT, 2017).

Hoeveel vitamine D iemand moet innemen (via voeding en suppletie) om deze bloedwaarden te bereiken is afhankelijk van genetische factoren en van de hoeveelheid zonlicht waaraan men blootgesteld wordt. De cijfers in deze onderzoeken zijn gemiddelden.

Uit een grootschalig onderzoek blijkt ook dat bloedwaarden van minder dan 75 nmol/l mogelijk te laag zijn voor een optimale gezondheid en dat 100 nmol/l of meer een betere streefwaarde is (Garland CF, 2014).

Sommige wetenschappers raden daarom aan om kinderen van jonger dan een jaar 1.000 IE vitamine D per dag te geven als ze gevoed worden met verrijkte flesvoeding en 1.500 IE per dag als ze borstvoeding krijgen. Voor kinderen die ouder zijn dan een jaar wordt 3.000 IE aangeraden en voor jonge volwassenen (en ouder) ongeveer 8.000 IE per dag (Papadimitriou DT, 2017).

De optimale dosis moet individueel bepaald worden aan de hand van een bloedanalyse. Bij bloedwaarden tot 140 nmol/l (56 ng/ml) worden geen schadelijke effecten gevonden. Daarvoor is minstens 10.000 IE vitamine D per dag nodig. Toxische effecten (vooral te veel calcium in het bloed) worden pas gezien bij suppletie met 40.000 IE per dag of meer (Vieth R, 1999).

©Hilde Maris

Meer info
Vitamine D. Een goedkope ‘levensverzekering’. PlaceboNocebo 15.
Diabetes & Metabool Syndroom. Omkeerbaar zonder medicijnen. Vorthex Aequo, 2013. ISBN 9789081906128.

 

Referenties

  1. Berridge MJ. Vitamin D deficiency and diabetes. Biochem J. 2017 Mar 24;474(8):1321-1332.
  2. Garland CF, Kim JJ, Mohr SB, et al. Meta-analysis of all-cause mortality according to serum 25-hydroxyvitamin D. Am J Public Health. 2014 Aug;104(8):e43-50.
  3. Grammatiki M, Karras S, Kotsa K. The role of vitamin D in the pathogenesis and treatment of diabetes mellitus: a narrative review. Hormones (Athens). 2018 Sep 25.
  4. Harris SS. Vitamin D in type 1 diabetes prevention. J Nutr. 2005 Feb;135(2):323-5.
  5. Heaney R, Garland C, Baggerly C, et al. Letter to Veugelers, P.J. and Ekwaru, J.P., A statistical error in the estimation of the recommended dietary allowance for vitamin D. Nutrients 2014, 6, 4472-4475; doi:10.3390/nu6104472. Nutrients. 2015 Mar 10;7(3):1688-90.
  6. Karvonen M, Pitkäniemi J, Tuomilehto J. The onset age of type 1 diabetes in Finnish children has become younger. The Finnish Childhood Diabetes Registry Group. Diabetes Care. 1999 Jul;22(7):1066-70.
  7. Mäkinen M, Simell V, Mykkänen J, et al. An increase in serum 25-hydroxyvitamin D concentrations preceded a plateau in type 1 diabetes incidence in Finnish children. J Clin Endocrinol Metab. 2014 Nov;99(11):E2353-6.
  8. Papadimitriou DT. The Big Vitamin D Mistake. J Prev Med Public Health. 2017 Jul;50(4):278-281.
  9. Veugelers PJ, Ekwaru JP. A statistical error in the estimation of the recommended dietary allowance for vitamin D. Nutrients. 2014 Oct 20;6(10):4472-5.
  10. Vieth R. Vitamin D supplementation, 25-hydroxyvitamin D concentrations, and safety. Am J Clin Nutr. 1999 May;69(5):842-56.

Ook in PlaceboNocebo 41

10 Medisch

22 Voeding

26 Voeding

42 Fytotherapie

46 Supplementen

50 Medicijnen