Een jonge Boeddhist kwam tijdens zijn omzwervingen op zoek naar wijsheid en verlichting op een ochtend aan bij de oever van een brede, woest stromende rivier. Hulpeloos staarde hij naar het onoverkomelijke obstakel dat voor hem lag. Hij piekerde uren over hoe hij deze hindernis moest overbruggen.

Net toen hij het wou opgeven, zag hij aan de overkant van de rivier een oude wijze meester.

De jonge Boeddhist zwaaide naar hem en riep: “Oh, wijze meester, kan u mij zeggen hoe ik aan de andere kant van deze rivier geraak?”.

De meester dacht even na, keek op en neer langs de rivier en riep toen terug: “Mijn zoon, je bent aan de andere kant”.