Een klein dorp in een riviervallei werd op een dag getroffen door zware regenval en de rivier dreigde te overstromen. Een man die in een van de huizen dicht bij de rivier woonde, werd opgebeld door de hulpdiensten, die hem zeiden dat hij zo snel mogelijk zijn huis moest verlaten. De man weigerde te vertrekken en zei dat God hem wel zou redden.

Het water van de rivier steeg en kwam door de straten gelopen. Toen de straten helemaal onderliepen, kwam een reddingsteam in een rubberboot langs het huis van de man. Ze vroegen hem in te stappen, maar weer weigerde hij, want God zou hem wel redden.

Het water bleef stijgen en werd zo krachtig dat de ramen het begaven en heel het huis van de man onderliep. Hij vluchtte naar het dak met een beetje proviand en een deken.

Een reddingshelikopter vloog over het dorp en bleef boven zijn huis hangen om hem op te pikken. Maar de man bleef koppig zitten en zei dat God hem wel zou redden.

Het water bleef stijgen en sleurde de man mee. Hij verdronk. Toen hij bij God aankwam, was hij buiten zinnen van woede. “Waarom heb je me niet gered?! Ik ben tot het bittere einde blijven geloven in jou!”

God keek verbaasd en antwoordde: “Ik heb het geprobeerd. Ik heb een evacuatiebevel, een reddingsboot en een helikopter gestuurd. Maar je weigerde alle hulp.”