Het paard en de vlinder
Er was eens een zielig en eenzaam paard. Zijn eigenaar was lang geleden gestorven en niemand keek om naar het paard, dat helemaal alleen in de weide stond. Hij wou zo wanhopig graag het gezelschap van de andere paarden die hij in de verte kon horen, maar hij kon niet bij hen geraken, want de weide was omheind. Hij liep de hele dag depressief rond, op zoek naar wat smakelijk gras. Zijn leven was uitzichtloos.
Tot op een dag alles veranderde. Die wonderbaarlijke dag begon als alle andere. Het paard graasde lusteloos aan een pluk gras, toen er plots een vlinder op de paardenbloem naast hem landde.
“Dag, prachtig paard”, zei de vlinder.
Het paard was zo verrukt dat de vlinder kon praten en dat hij eindelijk wat gezelschap had. Hij begon meteen zijn trieste verhaal te vertellen over hoe hij hier eenzaam en alleen vastzat in de weide, hunkerend naar het gezelschap van andere paarden.
Toeval of niet, de vlinder bleek een wijze ziel die onmiddellijk de pijn van het paard begreep.
“Wat triest dat je de weg verloren bent”, zei de vlinder tegen het paard.
“Wat bedoel je daarmee?” vroeg het paard niet-begrijpend.
“Je bent imposant, sterk en onafhankelijk, maar je bent vergeten wie je bent”, antwoordde de vlinder.
“Ik weet heel goed wie ik ben, ik ben een paard. Ik snap niet wat je daarmee wil zeggen.”
“Je zit hier al zo lang opgesloten in deze weide, eenzaam en alleen, dat je dat normaal vindt”, zei de vlinder. “Je zit gevangen in je eigen hoofd. Je bent vergeten dat je een paard bent”.
Het paard begreep er nog steeds niets van, dus besloot de vlinder een verhaal te vertellen: “Een vlo kan tweehonderd keer hoger springen dan haar eigen hoogte, maar als je een glas over een vlo zet, gebeurt er iets interessants. De vlo springt, maar botst telkens tegen de bodem van het glas. Na verschillende pogingen, past ze haar sprong aan, tot net onder het glas. Wanneer je het glas uiteindelijk verwijdert en de vlo bevrijdt, is ze zo gewend geworden aan het feit dat ze niet hoger kan springen, dat ze het niet eens meer probeert. Ze heeft in haar hoofd haar eigen glazen plafond gecreëerd. Dat is de gevangenis in je hoofd, we hebben er allemaal een, en die van jou is deze weide. Je bent vergeten dat je een paard bent en wat paarden doen.” Met deze laatste woorden fladderde de vlinder weg.
Het paard bleef even onthutst achter, triest dat hij weer alleen was. Tot hij opeens begon te begrijpen wat de vlinder bedoelde. “Ik ben een paard, en paarden lopen en springen. Deze omheinde weide houdt mij alleen tegen omdat ik dat vergeten ben. Ik ben een paard en paarden springen! Met een vonk van vreugde in zijn hart begon hij zo hard te lopen als hij kon. Met één grote sprong vloog hij over de omheining en landde aan de andere kant. Zonder omkijken liep hij in de richting van het geluid van de andere paarden in de verte.