Aardbeien (Fragaria) zouden hoog op je lijstje van favoriet fruit moeten staan. Niet alleen omdat ze zo lekker zijn, maar omdat ze je jong en gezond helpen houden.

Wilde aardbeien werden al gegeten in de bronstijd, maar het is pas vanaf de 14e eeuw dat ze in tuinen aangeplant werden. Oorspronkelijk werden ze vooral gebruikt als sierplant en voor medicinaal gebruik. De vruchten waren klein en de planten waren niet erg productief. Pas in de 17e en 18e eeuw werden vanuit Amerika de Fragaria virginiana en Fragaria chilioensis in Europa ingevoerd. Onze huidige gekweekte aardbei is waarschijnlijk afkomstig van een kruising van deze twee soorten.

Er zijn wereldwijd meer dan 600 soorten aardbeien, die allemaal hun eigen unieke smaak, textuur en grootte hebben. Ooit waren ze het fruit van de rijken, omdat ze zo snel bedierven en moeilijk te transporteren waren, zodat je er moeilijk kon aangeraken. Het kruisen van verschillende soorten zorgde ervoor dat ze over grote afstanden vervoerd konden worden. Tegenwoordig zijn aardbeien overal beschikbaar, in sommige streken zelfs het hele jaar door. Het piekseizoen is van april tot juli.

In Nederland en België komen de bosaardbei (Fragaria vesca) en de zeldzame grote bosaardbei (Fragaria moschata) in het wild voor.

Om dit artikel te lezen, heb je een online abonnement nodig. Log in of klik hier voor de mogelijkheden.