Er was eens een wijze man, die een heel eenvoudig leven leidde. Zijn sobere kleding en voeding was een weerspiegeling van zijn eenvoudige bestaan.

Hij had een vriend die een verklikker was voor de koning en royaal vergoed werd voor zijn diensten. Deze vriend leefde een luxueus leven.

Op een dag kwam de vriend bij de wijze man op bezoek, net op het moment dat deze aan het eten was. De wijze nodigde zijn vriend uit aan tafel en bood hem een deel van zijn voedsel aan. De vriend trok zijn neus op en bedankte met een zelfvoldane grijns. 

“Als je nu eens net als ik de koning zou behagen, dan hoefde je dit armzalige voedsel niet te eten”, zei de vriend.

De wijze man glimlachte en antwoordde: “Mijn vriend, als je net als ik behagen zou scheppen in dit voedsel, dan zou je die armzalige job voor de koning niet hoeven te doen”.